Handicap International 1 jaar na Tsunami

Afdrukken PDF
Inhoudsopgave
Handicap International 1 jaar na Tsunami
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Pagina 5
Alle pagina's

TSUNAMI: één jaar later

Handicap InternationaI en acties in urgenties

Handicap International concentreert zich sinds haar oprichting op vluchtelingen (Cambodja, Rwanda, ex-Joegoslavië…). Sinds 1999 ontwikkelde ze de capaciteiten om ter hulp te komen aan bevolkingsgroepen die het slachtoffer werden van catastrofes zoals aardbevingen, orkanen of overstromingen. Enkele voorbeelden van voorgaande interventies zijn Nicaragua, Salvador, Turkije, India, Algerije en Iran.

Antwoord van Handicap International op de Tsunami van 26 december 2004

Omdat Handicap International reeds aanwezig was in Sri Lanka, waar het een revalidatiecentrum uitbaatte, kon de organisatie in de eerste uren na de catastrofe reageren, samen met haar lokale partners. In Indonesië, dat het zwaarst getroffen werd door de Tsunami, lanceerde Handicap International begin januari 2006 een evaluatiemissie, onmiddellijk gevolgd door een assistentiemissie. In India, waar ze al jaren werkt, konden de bewoners van de eilanden Andaman en Nicobar rekenen op de steun van een Indische partner van Handicap International. Ten slotte werd een verkennende missie gestuurd naar de Malediven, gevolgd door een steun op lange termijn.

Principes tijdens de urgentie- en post-urgentiefase

In de zones die getroffen werden door de Tsunami, beantwoordde de progressieve ontplooiing van Handicap International aan één eenvoudige logica : de autoriteiten en lokale verenigingen helpen om hun mandaat uit te voeren, daarbij tot het strikte minimum beperken van de directe hulp, en door verbindingen te creëren tussen lokale spelers en de internationale hulp. Deze hulp werd geconcentreerd op de twee landen die het zwaarst getroffen werden: Sri Lanka en Indonesië.

Handelen op lange termijn: van urgentie naar ontwikkeling

De steun aan lokale organisaties tijdens de uitvoering ervan, liet ons toe om de nodige allianties te sluiten om ontwikkelingsprogramma’s op te zetten, in lijn met het reconstructieproces.

De overgang van urgentie naar ontwikkeling gebeurde met de definitie van nieuwe objectieven voor elk van de programma’s en nieuwe operationele modaliteiten: her-evaluatie van de noden, aanwerving van nationale medewerkers, opzetten van lange termijnstrategieën en -partnerships.

De post-urgentieperiode werd gekenmerkt door de moeilijke toegang tot de zones die getroffen werden door de Tsunami (wegen en communicatiemogelijkheden vernield, desorganisatie van de lokale gezondheidssystemen). De massale volksverplaatsing naar vluchtelingenkampen maakte de identificatie en toegang tot personen met een handicap nog problematischer. De steun aan voorzieningen voor ziekenhuizen werd dus vervolledigd door het opzetten van mobiele eenheden, waardoor die personen wel konden worden ontmoet. Dit gebeurde in samenspraak met verschillende lokale partners (verenigingen, Ministeries van Gezondheid en Sociale Zaken, dispensaria, enz…).